Even tussendoor: Terrorisme

Vorige week was ik aan het lunchen met een vriendin. Vlak voor we weggingen keek ze op haar telefoon en zag dat een kennis van haar in Londen was ten tijde van een explosie. We dachten meteen aan een aanslag, en na wat zoeken kwamen we erachter dat er een explosie was geweest op een Joods feest, maar ook dat het al een dag geleden was, en dus niet ernstig.
‘Geen aanslag,’ concludeerde ze.
‘Hoezo niet?’ vroeg ik verbaasd.
‘Omdat de explosie werd veroorzaakt door domme mensen die mobieltjes in een vuur gooiden,’ zei ze.

Elke keer dat er een schijnbare aanslag plaatsvindt, en er direct over terrorisme wordt gespeculeerd, wil ik dit stuk schrijven. Want ik krijg de indruk dat veel mensen niet weten wat de definitie van terrorisme is. De Van Dale spreekt over “daden van terreur”, en terreur is dan weer “gewelddadig gedrag waarmee je mensen laat gehoorzamen”. Wat in ieder geval van belang is hierbij, is dat het niet zo is dat hoe meer doden er vallen, hoe waarschijnlijker het is dat het gaat om terrorisme.

Een paar weken geleden reed een man in Munster met een camper een terras op. Drie mensen kwamen om, hij pleegde zelfmoord. Voor wie meteen aan terrorisme dacht: hij liet een brief van achttien pagina’s achter die volledig duidt het “verwarde-man-motief”. In het nieuwsbericht staat: “De 48-jarige ontwerper Jens R. had volgens de politie in elk geval geen politiek motief en geen islamitische achtergrond.”

Dit is een ontzettend raar citaat, omdat terrorisme per definitie namelijk niks te maken heeft met het hebben van een islamitische achtergrond. Iedereen die inrijdt op volle terrassen én een  maatschappelijk, politiek of religieus motief heeft, is een terrorist. Niet iedere moslim die geweld pleegt, is een terrorist. Iemand die verward en suïcidaal is, en daarom op een terras inrijdt, is ook geen terrorist.

In deze context vond ik dit een nuttige bijdrage van NPO Radio 1. Het gaat over de man die afgelopen weekend drie mensen neerstak in Den Haag. De politie bestempelde hem als verward, maar omdat hij een moslim is, wordt hij ook meteen als terrorist bestempeld. Mensen kunnen ook allebei zijn, veel terroristen hebben psychiatrische klachten, blijkt uit het stuk. Waar het in ieder geval om gaat, is dat je meestal niet binnen vijf minuten na een schijnbare aanslag kan zeggen of er sprake is van terrorisme. Een motief staat vaak niet op het voorhoofd van de dader geschreven. Een aanslag kan worden opgeëist, er kunnen sporen uit het persoonlijk leven boven water komen die duiden op terrorisme. In eerste instantie weet niemand het zeker, wat de media ook schrijven.

Ik heb heel veel boze reacties gelezen over dit artikel, waarin een  man die in Toronto tien mensen doodreed wordt afgeschilderd als een sociaal ongemakkelijke, doodnormale jongen. Ook hij word als “verward” bestempeld en handelde kennelijk uit liefdesverdriet. Dat maakt hem inderdaad een ontzettende klootzak, maar het maakt heb nog steeds geen terrorist.

Om met een nog wat deprimerend nieuws te eindigen, dit weekend kwamen er twaalf mensen om in een Afghaanse moskee die ook als registratiecentrum diende voor de aanstaande verkiezingen in het land. Dat is een prima voorbeeld van een gewelddadige daad die we wel tot terrorisme kunnen rekenen.