Even tussendoor: zijn er ministers voor minder afgetreden?

Mocht je je nu afvragen waar ik me druk om maak, de situatie is als volgt: Halbe Zijlstra is de minister van Buitenlandse Zaken. Hij is de eindverantwoordelijke als het gaat om het buitenlands beleid, en het onderhouden van diplomatieke relaties met andere landen. Nu blijkt hij al jaren een verhaal te verspreiden in de vorm van een ontmoeting met de Russische president Poetin, waarbij Poetin uitspreekt welke landen hij graag aan Rusland zou toevoegen.

© jockrutherford via Flickr

Vandaag, na dit verhaal ongeveer vier jaar te hebben verkondigd, is naar buiten gekozen dat dit een leugen is. Zijlstra heeft Poetin nooit ontmoet, het is een anekdote van iemand anders. Hij wil de bron beschermen en dus niet zeggen wie dit dan wel heeft gehoord. Minister-president Rutte vindt dat Zijlstra hierom niet hoeft af te treden. De oppositie zal mogelijk wel willen dat hij opstapt.

Ik kan me niet goed voorstellen dat het erg goed is voor het imago van een minister van Buitenlandse Zaken om te doen alsof je een president iets hebt horen zeggen. Als hij nou minister van Binnenlandse Zaken was geweest, zou ik het wel kunnen scharen onder “onverstandig”. Maar Zijlstra heeft morgen een ontmoeting met de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Dat wordt vast niet ongemakkelijk.

Het leek me goed om eens te kijken naar het soort ophef waar ministers in het verleden om zijn afgetreden, en in te schatten hoe de situatie van Zijlstra zich daartoe verhoudt. Er zijn verschillende redenen waarom er door de jaren heen ministers en staatssecretarissen zijn opgestapt, en het is niet altijd één of ander schandaal. Ze kunnen ook opstappen om gezondheidsredenen, belangverstrengeling of het overstappen naar een andere functie, zoals Frans Timmermans die naar de Europese Commissie vertrok. Na het bekijken van een overzichtje van redenen op parlement.com, wordt de meest logische conclusie dat Zijlstra zou aftreden om een “impliciete opzegging van wantrouwen”. Want kritiek uit de kamer, komt er sowieso. Tot een aangenomen motie van wantrouwen, waar ministers ook om moeten opstappen, is het sinds 1919 niet meer gekomen. Als Zijlstra vertrekt, is de kans dus groot dat hij de eer aan zichzelf houdt. Dat maakt de hele situatie ook wat afhankelijk van hoe standvastig Halbe Zijlstra is.

Sinds Rutte minister-president is, stapten er zeven ministers en staatssecretarissen op. Dit gebeurde allemaal tijdens Rutte II. Er zijn twee ministers, een staatssecretaris én een voorzitter van de kamer afgetreden om de Teevendeal. Zij waren allemaal vertrokken bij een geheime overeenkomst tussen een crimineel en het OM. Die deal werd verzwegen, er werd over gelogen. Het tastte de geloofwaardigheid van de betrokken bewindslieden aan.

Anderen, zoals Jeanine Hennis Plasschaert en Wilma Mansveld, treden af om rapporten waar hun ministeries negatief in naar voren kwamen. In deze gevallen ging het respectievelijk om onvoldoende veiligheid voor uitgezonden militairen in Mali en het feit dat de Fyra-treinen een rampzalig aankoop waren.

Er traden nooit meer ministers en staatssecretarissen af dan tijdens Balkenende IV. Deze cijfers geven alleen een wat vertekend beeld omdat het aftreden van de voltallige PvdA-fractie is meegenomen. Zij stapten allemaal op nadat de kamer het niet eens kon worden over een nieuwe militaire missie naar Uruzgan. Drie dagen later was het kabinet officieel gevallen. Maar ook in deze periode stapten ministers op. Jack de Vries stapte op vanwege een affaire, Ella Vogelaar omdat haar eigen partij geen vertrouwen in haar gezag had. Er zijn meerdere voorbeelden van ministers die privé en werk financieel niet goed konden scheiden, veel rapporten over slecht beleid, iemand die heeft gelogen op zijn c.v. – staatssecretaris Schwietert uit Lubbers II bleek nooit te zijn afgestudeerd.

De laatste keer dat er een minister of staatssecretaris van Buitenlandse Zaken aftrad (Timmermans niet meegerekend), was in 1984. Dit is nog best een komisch verhaal. De ministeries van Binnenlandse en Buitenlandse zaken wilden een fraudebestendig paspoort maken, maar bleken een bedrijf te hebben ingehuurd dat dat helemaal niet kon. Verder blijken ministers en staatssecretarissen die op Buitenlandse Zaken zitten niet enorm gevoelig voor schandalen te zijn.

Een vergelijkbaar geval met Zijlstra heb ik eigenlijk niet kunnen vinden. Dat kan twee redenen hebben. Politici komen met dergelijke situaties weg, of er heeft zich nooit eerder zoiets voorgedaan. Het heeft de Staat nog niks gekost, hij heeft niet overduidelijk gefaald als beleidsmaker maar wel als minister. Ik durf niet te stellen dat er mensen om minder afgetreden zijn, maar dat is ook omdat wat Zijlstra heeft gedaan, in een hele nieuwe categorie van “onverstandig” valt.