Alles wat ik niet weet over peilingen

© Scott Maxwell via Flickr

Om te beginnen met een feit: op gemeenteniveau wordt niet enorm veel gepeild. Er zijn 335 deelnemende gemeenten, en in de meeste daarvan wordt geen bureau ingehuurd om van tevoren te peilen wat de verkiezingsuitslag wordt. GroenLinks heeft in een aantal steden een peiling aangevraagd, zoals in Utrecht.  De reden hiervoor is, dat ze alvast weten met welke partijen ze waarschijnlijk binnenkort de onderhandelingen aan zullen moeten gaan – GroenLinks wordt volgens de peiling de grootste in Utrecht.

Ik moet bekennen dat ik niet genoeg verstand van peilingen heb om te concluderen wat nu echt betrouwbare peilingen zijn. Er zijn meerdere onderzoeksbureaus die peilingen uitvoeren, zoals peil.nl, Ipsos en I&O Research, maar over hun onderzoeksmethoden kan ik weinig uitleggen. Peil.nl van Maurice de Hond heeft wel een redelijk heldere pagina waarin wordt uitgelegd wat de risico’s van bepaalde vormen van peilen zijn. Met risico’s bedoel ik niet risico’s voor de ondervraagden, maar risico’s voor de betrouwbaarheid van de peiling. Als mensen weigeren mee te werken aan een steekproef, wordt de proef minder betrouwbaar, omdat de proef dan niet volledig willekeurig meer is.

Om een trans-Atlantisch zijpad op te gaan: bij de verkiezing van Donald Trump zaten bijna alle grote peilingen in de V.S. er faliekant naast. Hoewel het vaak nipt was, voorspelden de meeste peilingen een overwinning voor Hillary Clinton. Maanden na de verkiezing, publiceerde The New York Times een groot artikel over de oorzaak van de foutieve voorspellingen. Het is kennelijk zo dat veel Amerikanen lang getwijfeld hebben, en dat veel van die zwevende kiezers uiteindelijk op Trump stemden. Veel potentiële Clinton stemmers stemden uiteindelijk niet, en er werd gewoon minder gepeild onder republikeinen. Zo zijn er nog een paar redenen voor foutieve voorspellingen.

Wat interessant is, is dat peilingen in de V.S. ook leidden tot wat in het artikel het “shy Trump” effect wordt genoemd. Dat houdt in dat veel stemmers ten tijden van de peiling niet wilden toegeven dat ze op Trump stemden, en dus aangaven nog zwevend te zijn. Dat wekte de illusie dat Trump minder stemmen zou krijgen dan uiteindelijk het geval was. In Nederland heet dit kennelijk de “gordijnbonus“, waardoor de PVV in 2006 en 2010 meer zetels haalde dan voorspeld werd. Maar de effecten hiervan zijn op gemeenteniveau waarschijnlijk niet zo sterk.

Zoals ik al zei, worden er vooral peilingen uitgevoerd in de grote steden. Zo gaat in Amsterdam D66 aan kop, in Den Haag de VVD, en in Utrecht GroenLinks. Dat neemt overigens meteen het beeld weg dat “de Randstad” electoraal gezien een samenhangend geheel is. In Rotterdam wordt het volgens de peiling enorm spannend, en hangt het erom of Leefbaar Rotterdam, de PVV, of de VVD de grootste partij wordt. Dat er in Amsterdam gepeild wordt is overigens ook interessant voor de landelijke politiek: volgens de huidige peilingen komen alle landelijke partijen in de raad, mogelijk aangevuld door Bij1. Omdat het FvD nergens anders meedoet, is dit een unieke situatie. Maar om ook meteen even de peilingen te relativeren: in Nijmegen is in januari een peiling gehouden onder 400 inwoners waarvan de helft nog twijfelde. Daar kun je uiteindelijk niet zoveel mee lijkt me.

Overigens heeft Maurice de Hond, net als ik een paar weken geleden, voorspeld dat lokale partijen winst gaan behalen. Als al die lokale partijen nou één waren, zou er een mooie slogan voor verzonnen kunnen worden: Gemeentebelangen Wereldwijd, bijvoorbeeld. Ik zou het zo op een poster zetten.