Hoe ik de Brexit aan mezelf uitleg – Deel 4

Flashback: Op 23 juni 2016 stemde de bevolking voor een Brexit. Premier David Cameron treedt af. Nigel Farage, UKIP leider en voornaamste voorstander van een Brexit, stapt op.

Wat er concreet is gebeurd op 23 juni, is dat het Verenigd Koninkrijk middels het referendum een beroep heeft gedaan op Artikel 50 van het Verdrag van Maastricht. Dat artikel kun je ook gewoon lezen trouwens, als je daar om wat voor reden dan ook de behoefte toe voelt. Het artikel is officieel in werking gesteld op 29 maart 2017, wat betekent dat de EU en het VK tot 29 maart 2019 kunnen onderhandelen over de uittreding. Er is nog nooit eerder een land uitgetreden zoals het Verenigd Koninkrijk dat zal doen. Alleen Groenland en Algerije hebben zich losgemaakt van de EU, maar dat had wat Groenland betreft te maken met het verwerven van zelfbestuur ten opzichte van Denemarken, en Algerije werd onafhankelijk van Frankrijk. Er is dus geen vergelijkingsmateriaal, dat maakt het allemaal erg verwarrend.

Na 23 juni 2016 verkeerde het Verenigd Koninkrijk in een politieke chaos. Er moest nog een opvolger voor David Cameron worden gevonden. Wat gezien de reden van Camerons aftreden logisch was geweest, is dat zijn opvolger een voorstander van Brexit was. Het werd na een verkiezing om het partijleiderschap echter Theresa May, die eigenlijk tegen een Brexit was, maar wel meteen aangaf Brexit te respecteren.

Als premier is het de taak van Theresa May om het Verenigd Koninkrijk op een constructieve manier naar de daadwerkelijke Brexit te leiden. Volgens het Verdrag van Maastricht is een lidstaat die de unie verlaat, nog twee jaar lid voor alle bepalingen vervallen. Voor het Verenigd Koninkrijk is de deadline voor Brexit 29 maart 2019. Tot die tijd vinden er onderhandelingen plaats. Maar naast de onderhandelingen, moet May ook omgaan met een land dat sterk verdeeld is. Daar bovenop moet ze ook een partij leiden die na de Brexit nog steeds geen unaniem oordeel over de situatie heeft gevormd.