Ruimteseizoen deel 5: Apollo 11 en Buzz Aldrin

Op zaterdagmiddag ging ik naar de bioscoop om de documentaire Apollo 11 te zien. Zoals waarschijnlijk al uit de naam blijkt, gaat deze over de eerste maanlanding. Er zitten geen voice-overs in, geen interviews; het zijn enkel beelden uit die tijd. Dat bleek eerlijk gezegd best een verademing. Alle andere mensen in de zaal zagen eruit alsof ze de maanlanding zelf nog meegemaakt hebben, en het gewoon nog eens op een groot scherm wilden zien.

Continue reading Ruimteseizoen deel 5: Apollo 11 en Buzz Aldrin

Ruimteseizoen deel 4: Alles is luider dan de oerknal

Mijn favoriete zelfbedachte drogreden is dat we in feite allemaal bestaan uit ruimtepuin. Het relativeert de boel ook zo lekker: ik, jij, de Eiffeltoren, allemaal ruimtepuin. Toen alle hete materie in het heelal ontplofte tot een hoop vliegende sterrenstof, had niemand verwacht dat een deel daarvan op een of andere manier uit zou groeien tot de aarde. Dat kon ook niet, want er was niemand om wat dan ook te verwachten. Maar als er een alziend orgaan was geweest dat de oerknal had kunnen aanschouwen, lijkt het me onwaarschijnlijk dat dit orgaan had voorspeld dat er nu een mens zou zijn in een gebouw, typend op een computer, zittend naast een cactus. Er was alleen maar ruimtepuin.
Continue reading Ruimteseizoen deel 4: Alles is luider dan de oerknal

Ruimteseizoen deel 3: In Memoriam: Hank (de planetoïde die er waarschijnlijk voor zorgde dat de dinosauriërs uitstierven)

Het was een kleine vijf miljoen lichtjaren geleden, maar het voelt nog als wat hier op aarde als gisteren doorgaat, dat ik op topsnelheid in het allesverblindende licht met mijn zwerm door Dit Alles zweefde, en ver, ver, heel ver van onze groep vandaan een eenzame aardappelvormige klomp zag. Wij meteoren houden ervan om in groepen te reizen. Losse meteoren noemen we sporadische meteoren, omdat zij zeldzaam zijn en wij pretentieus, snap je. Daarom willen alle meteoren deel van een zwerm zijn. We geven samen mooier licht.

Continue reading Ruimteseizoen deel 3: In Memoriam: Hank (de planetoïde die er waarschijnlijk voor zorgde dat de dinosauriërs uitstierven)

Ruimteseizoen deel 2: Zwarte gaten, Franka en Usain Bolt

Op 10 april bracht NASA voor het eerst in de geschiedenis een foto van een zwart gat naar buiten. Dat was vrij bijzonder want het principe van een zwart gat houdt onder andere in dat er geen licht uitkomt. Het zijn een soort stofzuigers in de kosmos, alleen niemand weet waar het stof naartoe gaat.   

Ik vind het alleen leuk om na te denken over het oneindige van het heelal, omdat het eigenlijk veel te groot is om te bevatten, maar tegelijkertijd kun je het niet groot noemen want het heeft geen maatstaf. Het leuke aan zwarte gaten is dat ze zo reusachtig en mysterieus zijn, dat we niet precies weten wat ze herbergen. Alles kan worden opgezogen door een zwart gat, hele sterren kunnen worden opgezogen door een zwart gat. Als het mogelijk zou zijn om te worden opgezogen door een zwart gat, eindig je mogelijk in een andere dimensie van tijd en ruimte. Misschien wel in een ander universum dan degene waar de aarde in ligt.

Continue reading Ruimteseizoen deel 2: Zwarte gaten, Franka en Usain Bolt

Ruimteseizoen deel 1 – Wat moet een mens op Mars?

Laat ik eerst iets zeggen over de naam Mars. De planeet Mars is vernoemd naar de Romeinse god van oorlog. De Griekse god, waar de Romeinse op gebaseerd is, heette Ares. Nu vind ik dat niet een betere naam voor een planeet. Er is vast een goede reden waarom iemand ooit bedacht heeft dat de planeten namen van Romeinse goden moesten hebben, maar ik heb geen zin om op te zoeken hoe dat precies zo gekomen is. Ik vind het jammer dat het zo heeft moeten gaan; de mens moest alles weer eens een naam geven. Behalve de aarde, die heet gewoon “aarde”. En de maan, die heet gewoon “maan”. De manen van Mars heten Phobos en Deimos, goden van angst en paniek.

Continue reading Ruimteseizoen deel 1 – Wat moet een mens op Mars?