Woord van de Week: Wachtgeld

Om te beginnen met iets irrelevants: volgens Wikipedia is wachtgeld in Vlaanderen een uitkering voor minderjarige schoolverlaters die nog geen recht hebben op een werkloosheidsuitkering. In Nederland is wachtgeld wat anders, maar hoe het precies zit, heb ik eigenlijk nooit geweten. Maar sinds deze week kun je er niet echt meer omheen om je boos te maken over wachtgeld, dus ik voelde me gedwongen om uit te zoeken hoe het zit.

Algemeen gezegd is wachtgeld een vergoeding die een politicus ontvangt na vertrek uit de ambtelijke functie, vrijwillig of niet. Vroeger gold dit voor alle ambtenaren, nu alleen nog voor ministers, staatssecretarissen, Tweede Kamerleden, wethouders, burgemeesters, bestuurders van Provincies en Waterschappen. Gemeenteraadsleden krijgen geen wachtgeld.

Hoeveel wachtgeld iemand krijgt, is afhankelijk van de functie. Een minister krijgt meer dan een wethouder. Het is ook afhankelijk van hoe lang iemand de functie heeft bekleed. Iemand die minder dan drie maanden minister of staatssecretaris is geweest, krijgt nog “maar” zes maanden wachtgeld. Een afgetreden minister of staatssecretaris krijgt het eerste jaar na zijn of haar aftreden 80% van het salaris aan wachtgeld, en dan nog twee jaar 70%. Het jaarsalaris van een minister is €165.916, dat van een staatssecretaris is € 154.879. In principe krijgt een afgetreden bewindslied niet langer dan drie jaar wachtgeld, maar voor lang aftreden bestuurders, gelden soms nog oude regelingen. Fred Teeven, die in 2015 aftrad als minister, en daarna nog twee jaar in de Tweede Kamer zat, kan in totaal tien jaar wachtgeld krijgen. Overigens begrijp ik niet waarom het “bewindslied” is en niet “bewindslid”, maar dat is weer een ander probleem.

Blijkbaar is het ook zo dat “de uitkering vervalt zodra de ex-minister/staatssecretaris in een andere functie voldoende verdient.” Met voldoende wordt bedoeld: op het niveau van de oude functie. De interpretatie van deze regel is waarom Klaas Dijkhoff wachtgeld krijgt. Hij was in kabinet Rutte II eerst staatssecretaris, en later minister. Hij is geen deel van het huidige kabinet, hij is fractievoorzitter van de VVD. Dat maakt hem salaristechnisch een gewoon lid van de Tweede Kamer, al ontvangt hij wel een toelage omdat hij fractievoorzitter is. Maar omdat zijn inkomen achteruit is gegaan, heeft hij dat aangevuld met wachtgeld. De term “voldoende” is hier cruciaal. Je zou kunnen zeggen dat het jaarsalaris van een Tweede Kamerlid – zo’n 120.000 euro – ook voldoende is om van te kunnen leven.

De hele rel is nu wel zo’n beetje voorbij. Dijkhoff gaf eerst aan niks te wijzigen aan zijn wachtgeld, toen wilde hij het stopzetten, het ministerie van Binnenlandse Zaken beweerde dat zoiets niet kon, dat bleek niet te kloppen, en nu vanaf nu stort Dijkhoff zijn wachtgeld na elke betaling weer terug. Ik kan er zelf heel veel van vinden, maar aangezien ik zelf niet verwacht ooit zoveel te verdienen, kan ik mij niet echt inleven in Klaas Dijkhoff. Misschien is een salarisdaling naar 120.000 euro inderdaad een enorme aderlating. Vergeleken met het inkomen van de leden van het Koninklijk Huis is het behoorlijk mager.