Wat gebeurt er op 20 maart? – Dingen leren van de StemWijzer

© Robert CouseBaker via Flickr

Het is maart. Ik heb mijn stempassen. Vlakbij mijn werk staat zo’n treurig aanplakbord precies op een plek waar heel weinig verkeer komt, maar wel redelijk wat schapen rondlopen. Dat betekent doorgaans dat de verkiezingen dichterbij komen. Helaas weet ik nog steeds niet goed waarover de Provinciale Staten zoal beslissen. Omdat ik ergens moest beginnen, deed ik de Stemwijzer. De vragen daarin reflecteren tenminste voor een deel waarmee de provincie zich bezighoudt.

De Stemwijzer wordt ontwikkeld door ProDemos. Voor de Provinciale Statenverkiezingen is er voor zeven van de twaalf provincies een editie. De aanvraag voor een Stemwijzer komt vanuit de provincies zelf. Gelukkig heeft mijn provincie dat gedaan. Ik woon in Gelderland. Voor het idee heb ik ook even de Stemwijzer voor Zuid-Holland ingevuld, want ik wilde weten of daar zelfde thema’s terugkomen. Het antwoord daarop is wat mij betreft: ja. Toevallig bleek er ook een Kieskompas beschikbaar (dat heeft eigenlijk mijn voorkeur omdat het je in een spectrum plaatst, en er niet zomaar een partij uit rolt), die zelfs is afgestemd op mijn regio. De vragen die ik  daar kreeg, komen in thematiek sterk overeen met de Stemwijzer.

Het eerste dat me opvalt is landbouw. Bij de eerste vier vragen, komt de landbouw drie keer op een bepaalde manier aan bod. Veel vragen hebben op een bepaalde manier te maken met infrastructuur: het al dan niet verbreden van snelwegen, het doortrekken van spoorlijnen. Daarnaast heeft veel te maken met het klimaat, ook als dat niet direct in de vraag voorkomt. Alle vragen die een positief effect hebben op openbaar vervoer, zijn een argument voor partijen die zich presenteren als “groen”.  Windmolens, zonnepanelen, veestapels: ook dit heeft daar allemaal mee te maken. Blijkbaar zijn er in Gelderland ongewoon veel geitenhouderijen waarvan het de vraag is of het er niet wat minder moeten worden.

Wat voor mij de vraag: “waar beslist de provincie over?” enigszins beantwoordde, is het houden van provinciale portefeuilles naast de thema’s van de Stemwijzer. Maar ook dit is niet uitputtend. Bij de Stemwijzer van Zuid-Holland vond ik een vraag: “Het moet de provincie zijn die de locatie van windmolens bepaalt, eventueel tegen de zin van gemeenten in.” Hier is de stelling dus in feite van wie dit probleem is, in plaats van dat de vraag echt over windmolens gaat. Er zal vast ook wel een geïmpliceerde context bij horen, bijvoorbeeld dat gemeentes liever geen windmolens gebouwd zien worden op hun grond, maar dat is niet wat er staat.

Wat me dan weer bij uitstek geen vraag voor de provincie lijkt, is of er bij monumenten voor mensen die misdaden tegen de menselijkheid gepleegd hebben, een nieuwe toelichting moeten komen. Straks heeft de Jan Pieterszoon Coenstraat in Rheden, Gelderland wel een toelichting, maar die in Utrecht niet. Dat lijkt me iets dat op landelijk niveau besloten moet worden. Sowieso heb ik dat gevoel bij de meer maatschappelijke thema’s. Dingen als emancipatie voor mensen met een migratieachtergrond en maatregelen tegen eenzaamheid lijken me meer nationaal belang hebben dan of er een ecoduct over de A-zoveel bij Apeldoorn moet komen.

Op een of andere manier heb ik het idee dat veel provinciale vraagstukken samenkomen in het thema “ruimtelijke ordening”, wat eigenlijk gewoon één onderwerp is dat naast heel veel andere onderwerpen bestaat. Maar veel stellingen vallen terug te redeneren naar dit thema, zoals wanneer het gaat over landbouwgrond, woonwijken, bedrijventerreinen, en infrastructuur. Maar wat daar ook onder valt, is water, en beleid met betrekking tot water hoort bij het Waterschap, waarvoor we óók naar de stembus moeten. Overigens, als je in Gelderland bij alle stellingen “geen van beiden” aankruist, wordt je advies Code Oranje/Lokale Partijen Gelderland. Doe met die kennis wat je wil.