Wat gebeurt er op 20 maart? – De zin en onzin van de waterschapsverkiezingen

Je leest het goed: ik heb het woord “onzin” en “waterschapsverkiezingen” in één zin gebruikt. Dat is niet omdat de ik waterschapsverkiezingen wil wegzetten als onzin, want dat is het absoluut niet. Maar er zijn veel vragen bij te stellen, vragen die verder gaan dan “wat is eigenlijk een waterschap?”.

© Michiel Jelijs via Flickr

Mijn vader, de enige lezer van deze blogs (hoi pap), was zo vriendelijk om twee artikelen (die ook gewoon op het internet staan) voor me te printen die meer inzichten geven in de zin en onzin van de waterschapsverkiezingen. Ik weet niet of het toeval is dat beide teksten een ongeveer tegengestelde mening over de waterschappen verkondigen, maar het komt me wel goed uit.

In 2017 pleitten een aantal mensen in het tijdschrift Binnenlands Bestuur voor een complete afschaffing van de waterschappen. Ze zijn ervan overtuigd dat de taken die de waterschappen hebben, ook uitgevoerd kunnen worden door de provincie. De waterschappen zouden teveel taken naar zich toe hebben getrokken, de burgers betalen teveel en hebben daartegenover te weinig inspraak. Ik wil me overigens distantiëren van de dt-fout die in deze tekst staat.

De tekst van het NRC is niet echt een pleidooi vóór de waterschappen, maar meer voor een andere visie en meer ingenieurs die zich met de dijken bezighouden. De schrijver vindt de waterschappen enorm belangrijk en dat zijn ze ongetwijfeld ook. De waterschappen zijn ontstaan uit een noodzaak om dijken aan te leggen, nog voordat de parlementaire democratie in Nederland intrede had gedaan. De taken van de waterschappen moeten niet bij de provincies terecht komen, vindt de schrijver, want de belangen van de provincie zijn vaak op korte termijn.

Mijn voornaamste vraag hierbij is: waarom stemmen we dan toch elke vier jaar voor een nieuw bestuur van het waterschap? In hetzelfde stuk wordt gesteld dat het standpunt van de Partij voor de Dieren, die meedoet aan de waterschapsverkiezingen, om te stoppen met bestrijden van muskusratten, een teken is van onbegrip van de waterschappen. Maar de Partij voor de Dieren is een partij met landelijke belangen. Als je niet wil dat ze die inzetten bij de waterschappen, moeten de waterschappen volgens mij geen politiek speelveld zijn waarvoor elke stemgerechtigde Nederlander naar de stembus mag. Het is trouwens wel zo dat niet het hele bestuur van het waterschap gekozen is. Bedrijven, boeren en natuurbelangen hebben vaste zetels om hun belangen te kunnen behartigen.

De reden dat we mogen stemmen voor de waterschappen is in principe goedbedoeld. Vroeger hadden alleen grootgrondbezitters inspraak, later ook en eigenaren van gebouwen. In dit artikel uit het jaar nul 1992 wordt een betoog gevoerd om juist iedereen voor de waterschappen te laten stemmen. We betalen immers allemaal waterschapsbelasting.

Niet dat het er veel toe doet wat ik vind, maar ik denk dat een gedeelte van de taken van de waterschappen niet politiek gekleurd hoeft te zijn. In theorie zouden de waterschapstaken gescheiden kunnen worden Dijken onderhouden, drinkwater zuiveren, dat zijn echte waterschapstaken waar geen partijgebonden argumenten bij betrokken kunnen zijn lijkt me, die zouden de waterschappen kunnen behouden. Daartegenover staat dat sommige punten discutabel zijn – bijvoorbeeld de bestrijder van de muskusrat – en als je daar een mening hebt is het wel belangrijk dat je gaat stemmen. Maar dit zou ook een provincietaak kunnen zijn. Dan zou er minder belastinggeld naar de waterschappen kunnen gaan, en meer naar de provincie. En we gaan dan niet meer naar de stembus voor de waterschappen.

Dit is wel enorm veel gedoe. Uiteindelijk stemmen er doorgaans meer mensen niet dan wel, en toch gaat het goed. Dat is misschien wel het beste argument voor het bestaan van de waterschappen.