Ruimteseizoen deel 8: HAT-P-6 b en HAT-P-6 (epiloog)

Als ik de koppen moet geloven, hebben we een planeet cadeau gekregen. Ik wist niet dat dat kon. Het concept “planeet weggeven” komt me niet erg ethisch voor. Laat die planeten lekker met rust. Maar zoals vaak, is de werkelijkheid iets genuanceerder. Om precies te zijn gaat het om een exoplaneet, die draait om een andere ster dan de zon, en dus enorm ver van de aarde staat. Het is ook niet zo dat we die planeet nu in bezit hebben, maar we mogen als Nederlanders wel een naam kiezen.

Blijkbaar is het niet de eerste keer dat we dit doen. In 2015 kon er ook al gestemd worden over de namen van diverse hemellichamen. Nederland gaf toen een ster en vijf planeten namen van wetenschappers en lenzenmakers. De IAU – dezelfde unie die definieerde dat Pluto geen planeet maar een dwergplaneet is – bestaat honderd jaar en laat elk land dat lid is van de IAU een planeet én de ster waar de planeet om draait een naam geven. Elk land heeft een planetenstelsel toegewezen gekregen dat door een telescoop te zien is vanuit de betreffende hoofdstad.

Dat klinkt allemaal best nobel. De IAU schrijft dat ze het belangrijk vinden om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij de namen van hemellichamen. Elk hemellichaam dat ontdekt wordt, krijgt ook al een wetenschappelijke naam mee, maar ook die namen reflecteren hoe aardse definities werken. Zo zijn de HAT-planeten, waar Nederland er dus één een naam van geeft, vernoemd naar the Hungarian Automated Telescope Network; het netwerk van zeven telescopen dat de planeten ontdekt heeft. Achter de toevoeging P-6 b zit ook een soort logica. Verder zijn er veel regels voor de namen van exoplaneten. Ze mogen bijvoorbeeld niet vernoemd worden naar een persoon die minder dan honderd jaar dood is.

Ondanks alle nuances, weet ik niet goed wat ik hiervan vind. Het is een onschuldig concept; een naam voor een ster en een planeet. Beledigende of controversiële namen mogen niet. Bovendien is er een commissie die een shortlist maakt, dus er wordt wel nog geselecteerd. Maar waarom is een simpele  codering om de hemellichamen te onderscheiden niet voldoende? De IAU meldt over over het naamgevingsproces : “The aim of this initiative is to create awareness of our place in the Universe and to reflect on how the Earth would potentially be perceived by a civilisation on another planet.”

Dat laatste lijkt me onzinnig. Het is precies andersom, we projecteren wat wij op aarde belangrijk vinden, op een andere planeet. Mocht er leven zijn op  HAT-P-6 b, zegt de naam die Nederland aan de planeet gegeven heeft niks over hoe zij ons zien. Het toont alleen hoe wij onszelf zien, en hoe interessant wij onszelf vinden. En dat brengt me weer terug bij af. Hoe interessant ik de ruimte ook vind, veel vormen van die interesse leggen het menselijk superioriteitsgevoel ten opzichte van andere levensvormen bloot. In de context van planeten is dat misschien niet zo erg. Maar het planten van vlaggen op de maan, spreken over “weggeven” van planeten, een kolonie op Mars willen stichten: wat geeft ons het recht?

Deze reeks heeft me doen nadenken over het leven. Niet dat ik een antwoord op de vraag heb waarom we leven, wat leven is – al heb ik dat ooit geleerd bij biologie – en of leven op Mars mogelijk is. Daarom heb ik eigenlijk maar een passend antwoord op de vraag of er leven is buiten de aarde: wat doet het ertoe? Het gaat ons niet verder helpen, en volgens mij hebben we het druk genoeg met het leefbaar houden van de planeet die we zelf bewonen. En nu ik erover nadenk, ben ik blij dat onze planeet gewoon aarde heet.