Ruimteseizoen deel 5: Apollo 11 en Buzz Aldrin

Op zaterdagmiddag ging ik naar de bioscoop om de documentaire Apollo 11 te zien. Zoals waarschijnlijk al uit de naam blijkt, gaat deze over de eerste maanlanding. Er zitten geen voice-overs in, geen interviews; het zijn enkel beelden uit die tijd. Dat bleek eerlijk gezegd best een verademing. Alle andere mensen in de zaal zagen eruit alsof ze de maanlanding zelf nog meegemaakt hebben, en het gewoon nog eens op een groot scherm wilden zien.

Een paar weken hiervoor las ik Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?, een boek van Johan Harstad. De hoofdpersoon, Mattias, is zeer ge├»nteresseerd in ruimtevaart en in het bijzonder in Edwin “Buzz” Aldrin, de tweede man op de maan. Die interesses komen uit meerdere aspecten van zijn persoonlijkheid voort. Ook al is hij nooit echt alleen, hij is een buitenstaander. Hij gaat naar een schoolfeest in een ruimtepak. Hij heeft het verlangen om te verdwijnen, en dat doet hij dan ook. Daarnaast verzandt hij op een gegeven moment in een tirade over onopvallend willen zijn. Niet iedereen kan altijd de eerste of de beste zijn. De meeste mensen zijn dat niet. En daarmee corresponderend vindt hij Aldrin, die blijkbaar bescheiden en onopvallend was.

In Apollo 11 komt er bijna niks over het persoonlijk leven van de astronauten aan bod. Wel worden hun rollen kort verduidelijkt. Er is van tevoren afgesproken dat Neil Armstrong de eerste zal zijn die voet op de maan zet. Hij is de commander van de missie. Wanneer ze in een baan rond de maan zitten, wordt de maanlander van de Apollo losgekoppeld. In de maanlander zitten Armstrong en Aldrin, Aldrin bestuurt het. De maanlander noemden ze “The Eagle“, vandaar de zin: “The Eagle had landed.” Terwijl de maanlanding plaatsvindt, blijft Michael Collins achter in het moederschip van de Apollo 11, cirkelend rond de maan. Hij zorgt ervoor dat Armstrong en Aldrin weer terug kunnen keren naar de aarde, en daarom kan hij zelf geen voet op de maan zetten.

Het personage uit Harstads boek heeft het nooit over Michael Collins. Toen ik de documentaire zag vond ik dat vreemd. Mattias sluit zich soms helemaal af, hij wil alleen zijn, hij verdwijnt plotseling uit het leven van zijn ouders en vrienden. Hij heeft een drang tot eenzaamheid, maar uiteindelijk is hij nooit helemaal alleen. In die zin heeft hij zijn idool goed gekozen. Maar waar Mattias volkomen aan voorbijgaat, is dat de tweede man op de maan zijn ook een behoorlijk euforische gebeurtenis was. Dat komt tenminste in de documentaire wel naar voren. Armstrong en Aldrin zijn de eerste mensen die voetstappen op het maandlandschap achterlaten. Ze nemen monsters van de grond en plaatsen apparaten die experimenten doen (ik kan het echt niet duidelijker beschrijven dan “apparaten die experimenten doen”). De tragische onopvallende held die Mattias zoekt, komt daarin niet terug, terwijl er tegelijkertijd een man in zijn eentje rond de maan vloog. Op het moment dat zijn hele land in extase is over wat zijn collega astronauten aan het doen zijn, zit Collins helemaal alleen in een ruimteschip.

Of Mattias uiteindelijk echt als Aldrin zou worden, kom je als lezer niet achter. De missie van het groepje waar hij bij hoort, begint waar het boek eindigt. Voor de symboliek is dat misschien maar beter.