Huilen om wollig taalgebruik: een tirade

© Katriona McCarthy via Flickr

Om te beginnen heb ik dit keer geen feit, maar een anekdote. Ik was bij mijn ouders en vroeg of ze wisten wat ze gingen stemmen. Mijn moeder zei dat ze er nog niet over nagedacht had. Ze overwoog om iemand te stemden die ze persoonlijk kende, zonder dat ze enig idee had wat de partij van die persoon met de gemeente voorhad. Proactief als ik ben, zocht ik meteen de verkiezingsprogramma’s van de zes partijen die in hun gemeente meedoen op, en riep willekeurige citaten door de kamer, zoals “Gemeentebelangen valt af want de site doet het niet” en “PvdA wil een buurtcentrum in elk dorp, wat vind je daarvan?” Ik ben me er ondertussen van bewust dat ze hier absoluut niks aan heeft gehad, maar ik heb tenminste wel gedemonstreerd hoe handig het is om verkiezingsprogramma’s te lezen op een iPad.

Nu heb ik zelf afgelopen week uitgezocht op wie ik ga stemmen. Dat heb ik gedaan door een paar verkiezingsprogramma’s door te lezen, en te kiezen voor de partij wiens programma me in het geheel het meeste aanstaat. Misschien dat verkiezingsprogramma’s van redelijk grote partijen in redelijk grote steden met wat meer zorg samengesteld zijn dan die van de eerste beste partij in een kleine gemeente die uit een paar dorpen bestaat, maar ik kwam in de verkiezingsprogramma’s van de gemeente van mijn ouders buitenproportioneel veel gewauwel tegen. Een voorbeeld:

Eenzaamheid is een groot probleem in onze samenleving. Het komt in alle leeftijdscategorieën voor, maar vooral onze ouderen zijn een kwetsbare groep. De zorg en aandacht voor ouderen is een verantwoordelijkheid van ons allemaal, van familie, buren, kennissen en verenigingen. Om eenzaamheid tegen te gaan willen wij inzetten op het versterken van bestaande maatschappelijke en sociale verbanden.

Deze partij maakt zich zorgen over de eenzaamheid van ouderen. Dat kan een uitgangspunt voor een concreet plan zijn, maar kennelijk willen ze het programma aanpakken door “bestaande maatschappelijke en sociale banden te versterken”. Ik heb werkelijk geen idee wat ik me daarbij voor moet stellen. Wil deze partij dat de familie van de ouderen meer betrokken wordt? Willen ze opvang van eenzame ouderen? Wat willen ze? Wat gaat het beleid zijn?

Een concreet plan van een andere partij uit dezelfde gemeente waar ik dan weer erg om moest lachen was: “We gaan de acht saaiste plekken van de gemeente opknappen.” Prima, veel succes met het maken van een shortlist.

Wat ik ook vaak tegenkwam, is dat een partij iets wil “stimuleren”. Ze willen scholen stimuleren om gezond eten te verkopen, sportvereniging stimuleren om zelfstandig te zijn, en werkloze mensen stimuleren tot het volgen van omscholingstrajecten. Betekent “stimuleren” dat er geld voor uitgetrokken wordt, of betekent het alleen dat de gemeente vindt dat het een goed idee is als mensen dat soort dingen uit zichzelf doen? Als dit echte beleidsplannen zijn, waarom gebruiken ze dan niet het woord “faciliteren”?

Om mijn punt wat kracht bij te zetten, wilde ik eigenlijk een volledig willekeurig verkiezingsprogramma lezen om zoveel mogelijk wollig taalgebruik te verzamelen. Ik koos voor het programma van een lokale partij uit Nissewaard. Het eerste concrete standpunt luidde: “De gemeente ondersteund bewoners en ondernemers”. Hierna ben ik gestopt met lezen. Ik hoop dat de inwoners van Nissewaard minder gevoelig voor taalfouten in verkiezingsprogramma’s zijn, en het grotere geheel in het oog kunnen blijven houden. Ik wens ze daar veel succes mee.