Even tussendoor: Europese Verkiezingen

Als trouwe lezer van deze blogs is het je mogelijk opgevallen dat ik al een paar weken dingen over Europa het internet op slinger zonder het daarbij over de EU of Brexit te hebben. Ik was na de Provinciale Statenverkiezing en de doorlopende Brexit-ellende enigszins moe van politiek. Voor mensen die werkzaam zijn in de politiek is dat natuurlijk geen optie, maar ik ben een autonoom blogger met ongeveer vijf lezers (het zijn er nu meer dan twee) dus ik kan prima de keus maken om het even niet over Europese politiek te hebben. Ik kan de fans echter niet teleurstellen, dus toen één van mijn vijf lezers aangaf behoefte te hebben aan een verklarende blog over de Europese Parlementsverkiezing, gooide ik meteen al mijn principes overboord. En eerlijk is eerlijk: ik weet er zelf ook weer eens heel weinig van.

Als het goed is heb je ondertussen een stempas ontvangen voor de “verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement op donderdag 23 mei”. Ik heb de mijne een beetje gescheurd bij het openen van de envelop, verder vind ik het een esthetisch mooie stempas, met dat roze. De verkiezing is overigens op donderdag, in plaats van woensdag, omdat de gehele unie een termijn van 23 t/m 26 mei heeft om te stemmen. En woensdag 22 mei hoort daar niet bij.

Maar om te beginnen bij het begin: wat is precies de rol van het Europees Parlement in de Europese Unie? Formeel gezien is het parlement het wetgevend orgaan. Dat is ook zo op nationale schaal. De wetgevende macht van Nederland is in handen van de regering en Eerste en Tweede Kamer: zij maken de wetten. Maar over het geheel zijn er binnen de EU drie instanties die belangrijk zijn voor de wetgeving: het parlement, de Raad van van Europese Unie, en de Europese Commissie. Het parlement vertegenwoordigt het volk, de Raad vertegenwoordigt de staten, de Commissie vertegenwoordigt de EU in het algemeen. Hoe een besluit uiteindelijk genomen wordt, lees je hier.

Wat feiten over de verdeling van zetels in het parlement: er zijn er 751. Dat zijn 750 leden en één voorzitter. De zetelverdeling zal na het definitieve vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU wel veranderen. Als ze vertrokken zijn, wordt een deel van hun zetels verdeeld over landen met relatief weinig zetels naar inwoneraantal, en krijgt Nederland er 29 in plaats van 26. Het totaal aantal leden wordt verlaagd naar 706. De zetels die niet herverdeeld worden, worden apart gehouden voor mogelijke nieuwe lidstaten. Elke vijf jaar worden er verkiezingen voor het Europees Parlement gehouden.

Zoals je waarschijnlijk gezien hebt op de kandidatenlijsten, stem je op een vertegenwoordiger van een bepaalde politieke partij. In het Europees Parlement zijn de landelijke partijen verdeeld onder Europese fracties, die min of meer verdeeld zijn naar politieke ideologie. Zo is bijvoorbeeld de VVD aangesloten bij de fractie ALDE: Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. GroenLinks behoort tot een fractie die Groenen/Europese Vrije Alliantie heet, samen met andere “groene” partijen. Als je op een bepaalde partij wil stemmen bij deze verkiezingen, is het wellicht handig om te kijken tot welke fractie ze behoren. GroenLinks en Partij voor de Dieren horen bijvoorbeeld niet bij dezelfde fractie, en het CDA en de ChristenUnie ook niet. Er zijn acht fracties. Er zijn echter ook 22 leden in het parlement die niet tot een fractie behoren, maar onder hen zijn momenteel geen Nederlandse leden.

Er is ironisch genoeg ook een fractie voor Eurosceptische partijen. Dus ook als je wil dat de Europese Unie minder invloed krijgt, is er een goede reden om te gaan stemmen.